EU is voor tv-journaals ver-van-hun-bed-show
De
Europese Unie leent zich niet voor flitsende nieuwsitems.
Journalisten lijken te kiezen voor een makkelijke oplossing: in
plaats van mogelijke gevolgen van Europees beleid te bespreken,
benadrukken ze vooral conflicten. Dit blijkt uit het proefschrift
Framing Europe van
UvA-onderzoeker Claes de Vreese.
Door Lisette Snippe
Journalisten
die verslag doen van de Europese politiek lopen tegen een groot
aantal moeilijkheden aan (De Vreese noemt het ‘uitdagingen’).
Zowel de journalisten als het publiek ervaart Europese
besluitvorming als een ver-van-mijn-bed-show; het duurt maanden dan
wel jaren voor er een besluit wordt genomen; de onderwerpen zijn
complex en abstract; de politieke terminologie onbegrijpelijk.
Daarnaast zijn de organen van de EU ontoegankelijk en bureaucratisch
en de politici en de ambtenaren moeilijk bereikbaar. Een andere
uitdaging is de beperkte kennis en interesse bij de kijkers waardoor
vaak extra uitleg nodig is. Het gevolg is dat er teveel informatie
in een al kort nieuwsbericht zit. Tot slot zijn nieuwsredacteuren
zelf kritisch en terughoudend wanneer het over Europa gaat. Niet
echt fijne ingrediënten voor een flitsend en kort nieuwsitem
dus.
Zoals
de hoofdredacteur van het BBC 9 uur nieuws stelt:
‘There
is always constrains of resources, money, and time. One eye is on
the audience all the time and you don’t want to do anything
that people find boring. The European strories are quite difficult
to explain and illustrate in television terms. [...] You need to
infuse people. If you ask someone who watches the 9 o’clock
news whether they wanted a piece on how the euro goes down in
Bavaria, they would say "no thank you very much, can we please
get some football instead".’
De Vreese bekeek de manier waarop journalisten in Groot-Brittannië,
Denemarken en Nederland een verhaal inkleden, oftewel ‘framen’.
Hij bestudeerde dus de verschillende manieren waarop journalisten
een nieuwsverhaal vertellen: bijvoorbeeld in termen van conflict,
economische consequenties of moraal. De Vreese bestudeerde zowel de
totstandkoming van deze ‘frames’ als de uiteindelijke
frames in nieuwsitems. Ook komen de effecten op de publieke opinie
van de verschillende
frames aan bod.
De
onderzoeksresultaten wijzen uit dat het meest voorkomende frame in
berichtgeving over Europese politiek het conflictframe is. Het
nieuws wordt grotendeels gepresenteerd in termen van conflict tussen
landen, binnen politieke partijen en binnen Europese instituties.
Conflicten maken Europese issues nieuwswaardig en bieden een
duidelijk invalshoek. Juist omdat het moeilijk is Europese politiek
levendig in beeld te brengen, kiezen journalisten er vaak voor om
conflicten te benadrukken. De hoofdredacteur van ITN, een Brits
journaal, verantwoordt het gebruik van het conflictframe als volgt:
‘
In political
stories, domestic and European, we like to focus on tension between
two sides. We have a bipolar, very confrontational Parliament, and
that is the structure we use for our political stories. [...] Of
course that means simplification, but you sometimes
have
to take decisions that is easier to tell this as a "nasty
little stich- up" between Germany and Spain.’
Conflictframe
De Vreese onderzocht de
effecten van frames op de publieke opinie. Met hulp van het NOS
Journaal werden nieuwsbulletins over de uitbreiding van Europa
gemaakt: één met een conflictframe en één
met een frame ‘economische gevolgen’. De kerninformatie
was hetzelfde. De deelnemers werd achteraf gevraagd om hun mening te
geven over de uitbreiding. Opvallend is dat frames een even grote
invloed blijken te hebben op de kijker als de kerninformatie in het
nieuws – en dat terwijl frames minder prominent aanwezig zijn.
Deelnemers die het bulletin met het conflictframe bekeken, praatten
over de uitbreiding in termen van publieke en politieke frictie. De
andere deelnemers hadden het over kosten, baten en mogelijke
economische gevolgen.
Vooralsnog is onbekend
of nieuwsfames ook op lange termijn de houding van kijkers
beïnvloeden. Jammer dat we eigenlijk nog niks weten over de
daadwerkelijke effecten van nieuwsframes, maar De Vreese geeft zelf
ook al aan dat zijn onderzoek slechts een aanzet is op dit
specifieke terrein.
De
Vreese onderzocht niet alleen conflictframes, maar ook zogenaamd
strategisch nieuws. Inhoudsanalyses van politiek nieuws in de
Verenigde Staten wijzen uit dat verslaggevers steeds vaker het
strategische aspect van de politiek benadrukken: ‘
Strategic
coverage emphasizes the horse race and tactics of politics.’
De aandacht gaat vooral uit naar strategische manoeuvres van
politici, onenigheid in politieke partijen, kiezers en peilingen.
Vergelijkbaar is game news, waarin politici worden neergezet als
performers; de kiezers fungeren als toeschouwers.
Deze betreurenswaardige
trend is ook in Europa zichtbaar. De Vreese onderzocht de effecten
van strategisch geframed nieuws. Het experiment wees uit dat
blootstelling aan strategisch nieuws politiek cynisme aanmoedigt.
Proefpersonen die het nieuwsitem met strategische frames bekeken,
waren significant cynischer in hun antwoorden dan deelnemers die een
nieuwsitem bekeken dat wezenlijke, inhoudelijke aspecten benadrukte.
De Vreese is een van de
weinigen die de effecten van strategische frames op lange termijn
heeft bestudeerd. Volgens hem verdwijnen de effecten op lange
termijn, dat wil zeggen, na een week. De Vreese geeft wederom aan
dat dit experiment slechts een eerste stap is in onderzoek naar
effecten van strategisch nieuws. Harde conclusies over duurzaamheid
en kracht vereisen uitvoeriger onderzoek.
Tips
Al met al wijst dit
onderzoek uit dat de nieuwsmedia kunnen bijdragen aan politiek
cynisme en een negatieve beoordeling, namelijk in termen van
conflict, van politieke en econmische kwesties. Op basis van de
onderzoeksresultaten geeft De Vreese een aantal nuttige tips aan
journalisten. Ten eerste vindt hij dat journalisten extra opleiding
nodig hebben voor het brengen van Europese kwesties. Journalisten
moeten leren om complexe politieke issues op een toegankelijke
manier in beeld te brengen en om de relevantie te tonen van
politieke besluitvorming op internationaal niveau. Natuurlijk zonder
te simplificeren.
Ten tweede moeten
journalisten hun kennis van het Europese integratieproces
bijspijkeren. De Vreese geeft voorzichtig aan dat het daar bij vele
journalisten aan schort: dat hun kennis wellicht beperkt en
achterhaald is. Volgens De Vreese is het niet de taak van de
journalistiek de Europese integratie te promoten. Wel moeten
journalisten zich bewust zijn van de effecten - zoals politiek
cynisme - van het op een bepaalde manier framen van nieuws.
Uit ander onderzoek is
gebleken dat de steun voor de EU toeneemt wanneer nieuwsprogramma’s
de EU plaatsen in een historische context en de uitbreiding positief
interpreteren. De boodschap van De Vreese is niet dat
nieuwsprogramma’s op deze manier Europese politiek moeten
brengen, maar nogmaals: journalisten moeten zich er wel bewust van
zijn.
Er moeten nog vele
onderzoeken plaatsvinden om meer duidelijkheid te krijgen hoe
aanhoudend en sterk de effecten van frames zijn. Journalisten kunnen
daar hun lering uit trekken en hun bewustzijn over hun rol
vergroten.
Framing
Europe is een welkome
bijdrage aan de theorie over de totstandkoming en effecten van
nieuwsframes, juist omdat het onderzoek het hele proces van framing
beslaat. Eindelijk is er eens gedegen onderzoek gedaan naar media in
Europa en effecten daarvan op de publieke opinie. Hopelijk is dit
een aanzet tot meer.
Claes
H. de Vreese, Framing
Europe
, Television
news and European Integration, Universiteit van Amsterdam, Aksant,
2003
Terug