Abbie Hoffman, communicatie-guerrillero
In de betere boekwinkels is sinds kort – ook in Nederland – een merkwaardige herdruk te vinden, het boek ‘Steal This Book’ van Abbie Hoffman. In dat boek, dat oorspronkelijk in 1971 verscheen, doet Hoffman een grote reeks tips aan de hand voor het gratis verkrijgen van allerhande spullen en diensten die de gemiddelde activist en levensgenieter in de consumptiemaatschappij doorgaans alleen in ruil voor een hoop geld of moeite zou kunnen veroveren. Het boek was toentertijd een bestseller, tevens één van de meest gestolen boeken ooit.
Er lijkt lange tijd na het hoogtepunt van Hoffman’s maatschappelijke carrière weer langzaam aandacht voor deze beroepsactivist, mediakunstenaar en schrijver te komen. Er is zelfs een commerciële film over zijn leven verschenen, die in het linkse circuit overigens flink afgekraakt is.
door Kees Stadt
Abbie Hoffman was één van
de meest op de voorgrond
tredende woordvoerders van de
Amerikaanse protestgeneratie
van de jaren ’60. Zijn grote
bek, onnavolgbare fantasie
en vermogen om de media te
bespelen, zorgden ervoor dat hij
voortdurend in het nieuws kwam.
Samen met vooral Jerry Rubin
(die later volstrekt doorsloeg
naar de gevestigde orde en een
van de ideologen van de juppies
werd) was Abbie de voornaamste
zichtbare vertegenwoordiger van
de Yippies. De Yippies (Youth
International Party, dat party
vooral in de zin van feest) waren
op hun beurt de gepolitiseerde
voortzetting van de hippies; een
informeel netwerk van militante
activisten en hashrebellen dat
voortkwam uit het mengsel
van hippies en Vietnamdemonstranten.
Dat netwerk
was in omvang allesbehalve
bescheiden. Honderdduizenden
jongeren voelden zich er
deel van uitmaken. Bij
landelijke mobilisaties kwamen
tienduizenden van hen bijeen
en zelfs in de kleinste steden
organiseerden ze zich, maakten
eigen krantjes en voerden
acties.
Eén van de hoogtepunten
van militant Yippie-activisme
waren de acties tegen de
Conventie van de Democratische
partij in Chicago in 1968 dat door
het verbijsterend politiegeweld
wereldnieuws werd. De
Yippies hadden hun eigen
presidentskandidaat in de vorm
van het biggetje Pigasus, dat
meerdere malen door de politie
gearresteerd werd. Abbie Hoffman
was één van de acht mensen
die verantwoordelijk gesteld
voor het oproer, aangeklaagd
(en veroordeeld) werden. Het
proces werd voorbeeldig door
de aangeklaagden overgenomen
voor een show die de hele natie
in de ban hield. Maar vóór die
gebeurtenis had Abbie Hoffman
al een lange reeks acties achter
de rug, waarbij hij ontelbare
keren gearresteerd werd, en
soms ook zwaar toegetakeld.
Hij begon al in de jaren ’50 in
de burgerrechtenbeweging die
onder keiharde omstandigheden
probeerde het blanke racisme in
het zuiden van de VS te helpen
bestrijden.
Ontheiliging
Een van de bekendste acties
die Hoffman met wat ander
Yippies organiseerde, was het
verstoren van de dagelijkse gang
van zaken op de Beurs van New
York. Ze smeten simpelweg wat
pakken dollarbiljetten vanaf het
balkon naar beneden, waarna
de beursjongens op de vloer
elkaar op handen en voeten te
lijf gingen om de biljetten op
te rapen. Bijzondere aandacht
van de Yippies ging steevast uit
naar de oorlog in Vietnam. Ze
wisten tienduizenden mensen op
de been te brengen voor acties
tegen die oorlog, onder andere bij
een historisch openbaar optreden
van de extreemrechtse dominee
Billy Graham in Washington die
de oorlog juist wilde zegenen. Bij
de oproep van de dominee om
“Jezus in de armen te sluiten”
staken honderden yippies de
armen in de lucht en liepen de
vijver in richting het podium, dat
al snel door ME-ers verdedigd
moest worden. Het feestelijke
pro-oorlog familiefeest ontaarde
in een surrealistische chaos dat
Vietnam inderdaad dicht naar
huis bracht.
“Een flinke
dosis humor en
zo min mogelijk
dogmatisme”
Abbie Hoffman is
waarschijnlijk persoonlijk
verantwoordelijk voor het
definitief ontheiligen van de
Amerikaanse vlag. Hij was de
eerste die het doek misbruikte
om er een kledingstuk van te
fabriceren, dat hij onder meer
droeg bij een optreden in het tvprogramma
the Merv Griffin Show
in 1970. Het tv-programma wist
zich er geen raad mee en besloot
de helft van het tv-scherm waar
Abbie zichtbaar was weg te
zwarten, waardoor het flag-shirt
alleen maar immens populair
werd. Kleding als gimmick was
één van Abbie’s wapens. Bij één
van zijn vele processen verscheen
hij in vlag gekleed en beval de
rechter hem het uit te trekken.
Abbie gehoorzaamde gewillig en
trok zijn vlaggenkleed uit om
daaronder een rechterskledij
te onthullen. Toen de rechter
hem beval om ook dat uit te
trekken, waarschuwde Abbie dat
hij er niets anders onder droeg,
waarna hij in zijn rechtersoutfit
mocht blijven zitten.
Onderduiken
Bij het proces wegens de
ordeverstoringen in Chicago in
1968 werd Abbie veroordeeld tot
de maximumstraf van vijf jaar cel
en 5.000 dollar boete. Bovendien
kreeg hij nog acht maanden
extra, wegens alle grappen en
grollen tijdens de rechtszaak. In
hoger beroep werd het vonnis
wegens vormfouten vernietigd
en de aangeklaagden waren
intussen halve volkshelden
geworden. Maar de jaren ’70
braken aan en werden steeds
minder grappig. Onder Nixon
sloeg het imperium terug en
vermoorde en achtervolgde
activisten genadeloos. Abbie
Hoffman werd in 1974 betrapt
bij een door justitie opgezette
val voor handel in cocaïne,
dook onder en was jarenlang
onvindbaar. Hij hield zich in die
tijd onder meer in leven door
– al dan niet onder pseudoniem
- artikelen te schrijven voor
tijdschriften. Befaamd is
bijvoorbeeld zijn verslag van
een toeristen-rondleiding door
het hoofdkantoor van de FBI.
Later bleek dat hij zich in die
tijd genesteld had in het gebied
van de St. Lawrence rivier in het
noorden van de staat New York.
Onder de naam Barry Freed
had hij daar gewerkt aan een
succesvolle campagne tegen het
vernielen van de rivier en het
omringende milieu ten behoeve
van stuwdammen en industriële
scheepvaart. Op sommige foto’s
uit die tijd staat hij grijnzend
handen te schudden met de
gouverneur van de staat.
Boeken
Maar na een paar jaar kon hij
de druk van het ondergronds
moeten leven niet langer aan
en dook op om zijn biografie
(Soon to be a Major Motion
Picture) te presenteren. Hij
moest gevangenisstraf uitzitten
en ging daarna door met
schrijven en actievoeren en
vooral spreekbeurten geven
op universiteiten en dergelijke.
Anders dan veel generatiegenoten
was Abbie geen monomane
brulboei. Hij benadrukte altijd
het belang van politiek activisme
en de noodzaak dat jongeren een
hoofdrol spelen. Op 12 april 1989
pleegde hij zelfmoord, 52 jaar oud.
Er gaan geruchten dat hij
vermoord werd, maar daar zijn
weinig bewijzen voor.
Volgens een van de
boeken die er intussen over hem
verschenen zijn (Abbie Hoffman.
American Rebel van Marty Jezer)
was hij manisch depressief.
Abbie schreef drie
bewegingsbestsellers die echt
bij honderdduizenden over de
toonbank gingen (Revolution for
the Hell of it, Woodstock Nation
en het eerdervermelde Steal
this Book). Ze zijn op zijn eigen
verzoek in één band herdrukt
(The Best of Abbie Hoffman,
bij uitgeverij Four Walls Eight
Windows). Daarnaast heeft hij dus
in 1980 een biografie geschreven
en zijn er bundelingen van zijn
artikelen verschenen (waarvan
de beste Square Dancing in the
Ice Age is). Het laatste boek dat
van zijn hand verscheen was
Steal this Urine Test, in 1986
tegen Reagans War on Drugs.
Televisie
Bij herlezen van zijn teksten
blijkt steeds weer wat een groot
schrijver Abbie Hoffman was.
Bovendien had hij een enorm
strategisch inzicht. Hij had echt
goed door wat er voor nodig
was om bewegingen op gang
te krijgen en aan de gang te
houden. Zoals onder meer een
flinke dosis humor en zo min
mogelijk dogmatisme. Maar wat
vooral verbluffend is, is dat hij zo
goed door had dat (en hoe) je de
media moest bespelen. “We leven
in een tv-sameleving” hield hij
zijn publiek altijd voor: “literatuur
speelt nauwelijks een rol, om de
tv kun je niet heen als je hier
iets wilt veranderen. Er zijn in
Amerika meer tv-toestellen dan
toiletpotten.” Maar dat betekende
allerminst dat hij adviseerde om
keurig naar de pijpen van de
media te dansen. “I entered the
world of television to expose its
wasteland.” Al die technieken die
in de jaren ’90 herontdekt werden
onder het begrip communicatieguerilla,
zoals het overnemen
van (straat)spektakels van de
tegenstander, waren al door
Abbie uitgevoerd en beschreven.
Zo schrijft hij in zijn biografie
een hoofdstuk (Museum of the
Streets) over de tactiek van
goeie acties op straat die je ook
met een klein aantal mensen uit
kunt voeren: “Als je een goeie
ingeving krijgt, zijn de details niet
zo belangrijk. Eén van de lessen
die we in die tijd leerden, was
dat je niet hoefde uit te leggen
waarom. Zo gaat het immers
ook bij advertentiecampagnes,
‘waarom’ was voor de critici.
Onze theater-acties knalden
enthousiast de straat op. We
gooiden rookbommen in de ingang
van het elektriciteitsbedrijf van
New York, Con Edison en hingen
tegelijkertijd een groot spandoek
aan de gevel: ‘ademhalen is
slecht voor je gezondheid’. Politie
en brandweer kwam aanstormen
en wij renden alle richtingen uit
om in de menigte op te gaan.
Het avondnieuws opende met
beelden van vette rookwolken,
een glimp van het spandoek
en chaotisch rondrennende
mensen. Een woordvoerder
van het elektriciteitsbedrijf
mocht zenuwachtig uitleggen
dat het wel meeviel met de
luchtvervuiling die door het
bedrijf veroorzaakt werd (…)
“Dear Fellow Members of the Communist Conspiracy…”
Het
militaire recruteringsbureau op
Times Square werd volgeplakt
met stickers met de opdruk
SEE CANADA NOW [mensen
die aan de dienstplicht wilden
ontsnappen verhuisden veelal
naar dit buurland]. Stop!-
verkeersborden veranderden in
Stop de Oorlog, heksen in lange
zwarte jurken gingen met rozen
naar het FBI-kantoor om het te
ontdoen van slechte geesten,
honderden mensen dromden
met joints samen in de entree
van de krant Daily News terwijl
ze aan het personeel pamfletten
uitdeelden die begonnen met de
zin: “Dear Fellow Members of the
Communist Conspiracy…”
“Er zijn in Amerika meer tv-toestellen dan toiletpotten.”
Over tv: “Ik las altijd beroepshalve de roddelbladen en andere vakliteratuur over de mediawereld. Ik kon in die tijd moeiteloos de tien meest bekeken tvprogramma’s of films opdreunen. Ik bestudeerde de effecten van het wel of niet in de camera kijken of naar de presentator. Ik weigerde om me te laten schminken.
“Soms is het enige intellectuele argument gewoon ‘Fuck You’.”
Dan zag ik er wel bleek uit maar als de presentator me er dan van beschuldigde een nepper, een blaaskaak, te zijn, dan kon ik lekker antwoorden: “Het is heel gek, Dick, maar de mensen die me daarvan beschuldigen zijn altijd opgemaakt.” Het publiek thuis kon dan onmiddellijk het verschil tussen ons tweeën zien. There is nothing more radical you can talk about on tv than tv itself.” Om vervolgens te beschrijven hoe ze omgingen met Nixon’s tv-persconferentie over de noodzaak om Cambodia binnen te vallen. “Terwijl Nixon aan het woord was zetten we een 24 inch tv-toestel op een voetstuk en ten overstaan van twintigduizend woedende demonstranten begonnen we daar met een pikhouweel op in te hakken. Soms is het enige intellectuele argument gewoon ‘Fuck You’.”
Noot: Een compilatie van verslagen uit Yippieland, voornamelijk bestaande uit herdrukken uit het tijdschrift Overthrow, is getiteld Blacklisted News, Secret Histories from Chicago to 1984.
(Deze biografische schets verschijnt een dezer dagen in de reeks Recente Historische Anarchistische Persoonlijkheden in het kwartaal Buiten de Orde)