Onze achtergronden: 'Het recht om negers te bombarderen'
Vlak na de Eerste Wereldoorlog waren de sentimenten over de hele wereld fel
gekant tegen oorlog. De zinloze slachtpartijen, het gebruik van gifgas en
de burgerslachtoffers hadden velen doen nadenken over de oorlog hetgeen voor
de heersende machten van die tijd een groot probleem was. De heersende elite
van die dagen dacht een stuk genuanceerder over het gebruik van geweld. Het
gedachtegoed werd onder woorden gebracht door Winston Churchill. In 1919 werd
hij als staatssecretaris aan het Ministerie van Oorlog door het Middle East
command van de RAF in Cairo benaderd om toestemming te verlenen voor het gebruik
van chemische wapens 'als experiment tegen weerspannige Arabieren.' Churchill
stemde in en wees de geopperde bedenkingen van de hand als 'onredelijk'. 'Ik
begrijp die ophef over het gebruik van gas niet,' was zijn geïrriteerde
reactie. 'Ik ben een groot voorstander van het gebruik van gifgas tegen onbeschaafde
stammen [uncivilised tribes]
Het is niet noodzakelijk om alleen de meest
dodelijke gassen te gebruiken; er kunnen gassen worden gebruikt die groot
ongemak en verschrikkelijke paniek [lively terror] veroorzaken en die toch
geen ernstige blijvende schade veroorzaken bij de meeste van hen.' Chemische
wapens zijn niets meer dan 'het toepassen van de Westerse wetenschap bij de
moderne oorlogsvoering,' legde Churchill uit. 'We kunnen in geen geval berusten
in het niet-gebruiken van de wapens die we tot onze beschikking hebben om
een einde te maken aan de onrust die heerst aan de grenzen.' De Britse interventiemacht
had al gifgas gebruikt tegen de Bolsjewieken in het noorden van Rusland, met
groot succes volgens het British command. De 'onbeschaafde stammen' in kwestie
die een dosis 'lively terror' nodig hadden waren voornamelijk de Koerden en
Afghanen. Door middel van de luchtaanvallen werden vele 'Britse levens' gered.
Dertien jaar later worden deze voorrechten nogmaals onderstreept door de eminente
staatsman Lloyd George. Groot-Brittannië had er voor gezorgd dat bij
het ontwapeningsverdag van 1932 geen verbod zou komen op de luchtbombardementen
op burgers, de belangrijkste methode voor de beheersing van het Midden-Oosten.
In de woorden van Lloyd George, Groot-Brittannië heeft altijd 'vastgehouden
aan het recht om negers te bombarderen.'
Zie David Omissi, Air Power and Colonial Control, Manchester 1990, geciteerd
in Noam Chomsky, World Orders Old and New, New York 1994. In Groot-Brittannië
werden de feiten jarenlang verzwegen, hoewel tijdens de golfoorlog van 1991
het zwijgen enigszins werd doorbroken.