De Vloek van Columbus

Van Kolonialisme tot de Nieuwe Wereldorde

Het Jaar 501, De Verovering Gaat Door
Noam Chomsky, Copyright © 1993

Vertaling van 'Year 501: The Conquest Continues' van Noam Chomsky
Dit deel verscheen als bijlage bij Extra! nummers 12 en 13, op 13 sep en 25 okt 2002 (de hoofdstukken 1 en 2 verschenen eerder als bijlage bij Extra! nummers 8, 9 en 11)

hoofdstuk 3: Noord-Zuid/Oost-West


1. Een uit de kluiten gegroeide "Rotte Appel"
2. "Logische Onlogica"
3. Terug Naar Normaal
4. Enkele successen van de vrije markt
5. Na de koude oorlog
6. Met zachte hand


4. Enkele successen van de vrije markt

Het is niet meer dan billijk om hier aan toe te voegen dat het recept van het IMF en de Wereldbank dat thans wordt losgelaten op de voormalige Sovjet Unie, successen heeft gekend. Een zeer verleidelijk voorbeeld hiervan is Bolivia. De economie van dit land werd dankzij de in 1985 geïntroduceerde Nieuwe Economische Politiek behoed voor een catastrofe. Deze politiek werd voorgeschreven door dezelfde deskundige adviseurs die nu hun beste beentje voorzetten in Oost-Europa. Zo werd er drastisch in het aantal overheidsbanen gesneden, werd het nationale mijnbouwbedrijf in de uitverkoop gedaan, wat tot massale werkloosheid onder mijnwerkers leidde, daalden de reële lonen, gaven leraren op het platteland er massaal de brui aan, werd er een stelsel van regressieve belastingen ingevoerd, kromp de economie, werden er minder productieve investeringen gedaan en nam de ongelijkheid toe. In de hoofdstad, schrijft Melvin Burke, "staan de straatverkopers en de bedelaars in schril contrast met de chique boetiekjes, luxe hotels en Mercedessen." Het reële BNP per hoofd van de bevolking is sinds 1980 met een kwart gedaald, en de buitenlandse schuld slokt 30 procent van de exportinkomsten op. Als beloning voor dit economisch wonder hebben het IMF, de Interamerican Development Bank en de G-7 Bolivia royale financiële hulp aangeboden, waaronder steekpenningen aan ministers.

Het wonder waarvan men zo onder de indruk is, bestaat uit een stabilisatie van de prijzen en een snelle groei van de export. Burke schat dat ongeveer tweederde van de exportinkomsten tegenwoordig afkomstig is uit de productie van en handel in cocaïne. Het drugsgeld verklaart de stabilisatie van de nationale munt en het niveau van de prijzen, concludeert hij. Ongeveer 80 procent van de 3 miljard dollar die de export van drugs jaarlijks oplevert, wordt in het buitenland uitgegeven of aldaar op bankrekeningen gestort. Dit zijn vooral bankrekeningen in de VS, hetgeen de Amerikaanse economie ook een duwtje in de rug geeft. Deze winstgevende export van drugs "is duidelijk vooral in het belang van de nieuwe onwettige bourgeoisie en de Boliviaanse 'coke-generaals'," vervolgt Burke, en "dient klaarblijkelijk ook het nationale belang van de Verenigde Staten, aangezien zij het witwassen van geld niet alleen hebben geduld maar het zelfs hebben aangemoedigd." Het zijn "de arme cocaboeren" die "voor hun overleven vechten tegen de gecombineerde millitaire macht van de Verenigde Staten en het Boliviaanse leger," aldus Burke. En zij die ons verzekeren dat het economische wonder zal voortduren, worden alom geprezen.

Waltrad Morales bevestigt deze cijfers en schat dat zo'n 20 procent van de arbeidsbevolking voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van de productie van en handel in cocabladeren of cocaïne, die inmiddels ongeveer de helft van Bolivia's BNP uitmaken. Het exportwonder leidde tot een enorme stijging van de grondprijzen en tot ontwrichting van de ontwikkeling van de landbouw, "als gevolg waarvan de Bolivianen zichzelf niet langer van voldoende voedsel kunnen voorzien." Ondervoeding van kinderen onder de 5 jaar ligt ruim 50 procent hoger dan het al rampzalige gemiddelde in de regio. Het land moet een derde van zijn voedsel importeren. "Deze 'nationale voedselcrisis' – nog versterkt door het neoliberale economische model – heeft bijgedragen aan verpaupering van de boeren die om te overleven geen andere mogelijkheid zien dan de teelt van cocabladeren." Waardoor de voedselsituatie verder verslechtert.24

Ook elders werden, dankzij tijdig ingrijpen en deskundig management van de VS, successen geboekt. Neem bijvoorbeeld Grenada. Na de bevrijding in 1983 – die volgde op meerdere jaren van economische oorlogvoering en intimidatie door de VS, hetgeen met succes buiten de geschiedenisboekjes is gehouden – werd het land de grootste ontvanger van Amerikaanse hulp per hoofd van de bevolking (na Israël, een geval apart). De volgende stap van de regering Reagan was om van Grenada een "showcase voor het kapitalisme" te maken. Dit is de gebruikelijke slogan die betekent dat de bevolking buiten spel wordt gezet en een land door haar weldoeners op de juiste koers wordt gezet; Guatemala in 1954 is nog zo'n uitgesproken "showcase" die beroemd zou moeten zijn (zie hoofdstuk 7.7). De hervormingsprogramma's die gepaard gingen met de gebruikelijke sociale en economische misère, worden zelfs door de particuliere sector veroordeeld, terwijl ze toch voor deze sector waren bedoeld. Peter Bourne, die speciaal assistent van president Carter was en nu doceert aan de medische school van Grenada, wiens studenten "gered" werden, bericht verder dat "de invasie tot gevolg had dat het politieke leven op het eiland voor onbepaalde tijd stil kwam te liggen. "Er is geen creatief plan voor een oplossing van Grenada's sociale en economische noden ontsproten uit de glansloze en gedweeë pro-Amerikaanse leiders" ofschoon het eiland lijdt onder een ongekend niveau aan alcoholisme en drugsgebruik, en een "verlammende sociale malaise," terwijl veel burgers geen ander heil zien dan "hun mooie land te ontvluchten."

Er is echter ook een lichtpuntje. "Dankzij de mariniers is Grenada nu een veilige haven voor offshore banken," aldus een artikel op de voorpagina van de Wall Street Journal. Het hoofd van een plaatselijke investeringsmaatschappij en lid van het parlement merkt op dat het land "er economisch gezien vreselijk voorstaat" – dankzij de door USAID gerunde structurele aanpassingsprogramma's, hetgeen de krant nalaat te vermelden. Ondanks dat is de hoofdstad "het Casablanca van het Caraïbisch Gebied geworden, dat wil zeggen een snel groeiende vrijhaven voor witwaspraktijken, belastingontduiking en andere vormen van financiële fraude." Er bevinden zich 118 offshore banken ofwel één per 64 inwoners. Advocaten, accountants en enkele zakenlui varen er wel bij; evenals ongetwijfeld de buitenlandse bankiers, witwassers en drugsbaronnen die hier niets te vrezen hebben van de zorgvuldig opererende "drugsoorlog."25

De Amerikaanse bevrijding van Panama laat een vergelijkbaar succes zien. Het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft is sinds de invasie van 1989 toegenomen van 40 tot 54 procent. Guillermo Endara die op de dag van de invasie op een Amerikaanse basis werd beëdigd als president, zou volgens een peiling in 1992 bij verkiezingen slechts 2,4 procent van de stemmen krijgen. Zijn regering riep de tweede verjaardag van de Amerikaanse invasie uit tot een "dag van nationale bezinning." Duizenden Panamesen "zetten de dag luister bij met een 'zwarte mars' door de straten van de hoofdstad om hun afkeuring te laten blijken van de invasie en het economisch beleid van Endara," berichtte het Franse persbureau. Demonstranten riepen dat de troepen van de VS 3000 mensen hadden gedood en vele lijken in massagraven of in zee hadden gegooid. De economie is nog niet hersteld van de klappen die zij opliep tijdens het Amerikaanse embargo en de invasie. Een leider van de Crusada Civilista, die de oppositie van de middenklasse tegen Noriega leidde, vertelde Chicago Tribune reporter Nathaniel Sheppard dat de "economische sancties die de VS tegen onze wil in 1987 hadden opgelegd om Noriega te verdrijven, deze in het geheel niet deerden maar wel onze economie hebben geruïneerd. Inmiddels geloven we dat de sancties misschien onderdeel waren van een plan om onze economie op een dusdanige manier kapot te maken dat we niet bij machte zouden zijn om van de VS een waardige en betere behandeling te eisen." Door het bezoek van George Bush in juni 1992, dat in een breed uitgemeten fiasco eindigde, "werd de al jaren sluimerende haat jegens Bush manifest", schrijft Sheppard. Met name de "opzichtig met hun vuurwapens patrouillerende Amerikaanse troepen" in woonwijken zijn een doorn in het oog van de Panamesen. En de stemming werd er volgens hem niet beter op toen de veiligheidskrachten vergezeld door "ongeveer acht Amerikaanse soldaten" het huis van een lid van de Nationale Assemblee binnenvielen, zijn papieren doorzochten, paspoorten meenamen, schoten afvuurden en zijn vrouw intimideerden die alleen thuis was.

De Mexicaanse ambassadeur Javier Wimer bood het VN comité voor economische, sociale en culturele rechten na de invasie een rapport over Panama aan. Daarin wordt vastgesteld dat de economie in elkaar is gestort en beschreven welke "dramatische gevolgen dit voor voedselvoorziening, huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur" heeft gehad. Schendingen van de mensenrechten nemen toe als gevolg van de invasie en de daaropvolgende pogingen "om de sporen van het vroegere nationalisme uit te wissen," waarbij men het speciaal heeft gemunt op de rechten van arbeiders en op alle instituties die "de basis zouden kunnen vormen van burgerprotesten en politieke oppositie." De regeringen van Panama en de VS zijn samen verantwoordelijk voor "ernstige en systematische" schendingen van mensenrechten, concludeert zijn rapport. Volgens het gerenommeerde Central America Report (Guatemala, CAR ), is de Amerikaanse oorlog tegen drugs misschien wel een dekmantel voor aanvallen van de veiligheidstroepen op burgeractivisten en voor andere schendingen van de mensenrechten.

Maar sommige indicatoren vertonen een stijgende tendens. De algemene rekenkamer van het Amerikaanse Congres berichtte dat de handel in drugs "misschien wel is verdubbeld " sinds de invasie terwijl het witwassen van geld "enorm is toegenomen" zoals was voorspeld door iedereen die zich had beziggehouden met de piepkleine Europese elite die door de VS weer aan de macht was geholpen. Uit onderzoek dat werd gefinancierd door USAID bleek dat het gebruik van verdovende middelen in Panama sinds de invasie met 400 procent was gestegen en dat het nu het hoogste is van heel Latijns-Amerika. Het hoofd van het Centrum voor Latijns-Amerikaanse Studies, dat deelnam aan het onderzoek, zegt dat de Amerikaanse troepen "een zeer lucratieve markt voor drugs vormen," en zo bijdragen aan de crisis. De toename is "ongekend, ... met name onder de armen en de jeugd," schrijft de Christian Science Monitor.26

In Nicaragua beleefde de vrije markt zijn zoveelste triomf. De regering van Chamorro en de Amerikaanse ambassadeur Harry Shlaudeman sloten verdragen die de weg vrijmaakten voor de Drug Enforcement Agency (DEA) om in Nicaragua te opereren "in een poging om het groeiende probleem van de handel in drugs tegen te gaan," schrijft CAR. De DEA agent in Costa Rica verklaarde dat Nicaragua nu "wordt gebruikt als een tussenschakel om Colombiaanse cocaïne naar de Verenigde Staten te loodsen," en een openbaar aanklager van het ministerie van Justitie voegde er aan toe dat het Nicaraguaanse financiële systeem drugsgeld witwast. Er is ook een groeiend drugsprobleem in Nicaragua zelf. Het wordt niet alleen gevoed door het drugsgebruik van recentelijk teruggekeerde Nicaraguanen uit Miami maar ook door de voortdurende economische teruggang en de nieuwe mogelijkheden voor de handel in drugs sinds de VS er hun gezag hebben teruggekregen. "Sinds de installatie van de regering Chamorro en de massale terugkeer van Nicaraguanen uit Miami," schrijft CAR, "is de drugsconsumptie aanzienlijk toegenomen in een land dat lange tijd gevrijwaard was van drugsgebruik." De Miskito leider Steadman Fagoth beschuldigde twee leden van het kabinet van Chamorro, zijn vroegere metgezel bij de contra's Brooklyn Rivera en de minister van Visserij voor de Atlantische Kust, ervan te werken voor de Colombiaanse drugkartels. De Nicaraguaanse afgevaardigde voor de Negende Internationale Conferentie ter Beteugeling van de Handel in Drugs in april 1991 verklaarde dat Nicaragua "nu een belangrijke schakel was geworden in het verschepen van cocaïne naar de VS en Europa." In Managua neemt niet alleen het aantal straatkinderen in rap tempo toe, maar ook drugsverslaving die rond 1984 vrijwel was uitgebannen. Kinderen van tien jaar snuiven lijm op straat omdat "het de honger verdrijft."

Het zou onrechtvaardig zijn als we niet een voorbeeld van economische vooruitgang zouden noemen nu de VS hun grip op het land hebben hersteld: de verkoop van door een multinational geleverde schoenlijm om de flesjes van de kinderen te vullen, is zeer lucratief geworden.27

Op een conferentie die werd bijgewoond door regeringsfunctionarissen en NGO's in Managua in augustus 1991, werd geconcludeerd dat Nicaragua nu 250.000 drugsverslaafden heeft en een belangrijk doorvoerland voor drugstransporten aan het worden is, (ter vergelijking; Costa Rica kent 400.000, Guatemala 450.000 en El Salvador 500.000 verslaafden). Verslaving neemt met name toe onder de jeugd. Een van de organisatoren van de conferentie deelde mee dat er "In 1986 niet één geval bekend was van het gebruik van harddrugs " terwijl er "in 1990 ten minste 12.000 gevallen waren." Alleen al in Managua werden 118 gevallen van drugshandel geconstateerd. Maar het is het Atlantische kustgebied waar het grootste deel van de internationale doorvoer van harddrugs plaatsvindt wat leidt tot een toenemend aantal drugsverslaafden. De Amerikaanse journaliste Nancy Nusser bericht vanuit Managua dat volgens drugsdealers cocaïne "pas eenvoudig verkrijgbaar [is geworden] sinds Violeta Chamorro in april 1990 president werd.". "Onder de Sandinisten was er geen cocaïne verkrijgbaar, alleen marihuana," aldus een dealer. Minister van staat Carlos Hurtado zei dat "er vroeger ook al sprake was van handel in cocaïne, maar slechts op kleine schaal." Nu echter is er, vooral aan de Atlantische kust, sprake van een bloeiende handel, aldus "een vooraanstaande Westerse diplomaat die op de hoogte is van drugshandel" (vermoedelijk van de Amerikaanse ambassade) en die deze kust nu beschrijft als "niemandsland". In de Miami Herald schrijft Tim Johnson dat El Salvador "nu [ook] geteisterd wordt door een nieuwe plaag: drugshandel." Alleen Panama en Guatemala scoren nog beter als het gaat om de doorvoer van cocaïne naar de VS. 28

CAR bericht dat de handel in drugs "de nieuwste groeimarkt in Midden-Amerika" aan het worden is. Dit is een gevolg van de "barre economische omstandigheden waardoor 85 procent van de Midden-Amerikaanse bevolking in armoede leeft" en waardoor er een groot tekort aan banen is, omstandigheden waar de agressieve neoliberale politiek aanzienlijk toe heeft bijgedragen. Maar het probleem heeft hier nog niet het niveau van Colombia bereikt, waar door de VS bewapende en getrainde veiligheidstroepen hun campagne van buitensporige terreur, marteling en verdwijningen onverminderd voortzetten. Daarbij richten ze zich op politieke tegenstanders, burgeractivisten, vakbondsleiders, mensenrechtenactivisten en boerengemeenschappen aangezien de hulp van de VS "de corruptie van de veiligheidstroepen bevordert en de bloedband tussen rechtse politici, legerofficieren en meedogenloze drugshandelaren versterkt," aldus de mensenrechtenactivist en voormalig rechter Jorge Gómez Lizarazo. De situatie in Peru is nog erger.29

Dit zijn slechts de symptomen van nog veel fundamentelere malaise waar we in deel III op terug zullen komen.

 


5. Na de koude oorlog

Het is onaannemelijk dat nu de koude-oorlogsfase van het Noord-Zuidconflict voorbij is "de verheven missie van onderwerping en verovering" een fundamenteel andere wending zal nemen. Wel moet er net zoals in het verleden een politiek antwoord worden gevonden op de nieuwe ontwikkelingen. Dit was het geval in 1945, toen er een nieuwe wereldorde werd gevestigd, en opnieuw in 1971, toen Richard Nixon zijn "Nieuwe Economische Politiek" aankondigde. Beide gevallen weerspiegelden daadwerkelijke veranderingen in de verdeling van macht. De ineenstorting van het Sovjet-Imperium die vanaf 1975 in een stroomversnelling geraakte heeft eveneens tot een situatie geleid die, ondanks het voortduren van een aantal belangrijke tendensen, zoals de internationalisering van productie en kapitaal, de aanvaringen binnen de alliantie van rijke landen, het relatief zwakker worden van de nog altijd dominante economie van de VS en de marginalisering van een aanzienlijk deel van de bevolking van de landen die de wereld domineren, in een aantal opzichten nieuw is.

Eén gevolg van het ineenstorten van het Sovjet-Imperium was dat grote delen van deze regio werden onderworpen aan neoliberale economische principes. Een ander gevolg ervan was dat men nieuwe voorwendsels nodig had om te kunnen interveniëren. Ondanks een hoop retoriek werd dit vanaf 1980 een serieus probleem. Dus liet men het volk kennismaken met internationale terroristen, Latijns-Amerikaanse drugshandelaren, islamitische fundamentalisten, doorgedraaide Arabieren en andere griezels, in een poging om de standaardformule voor het misleiden en onder controle houden houden van het volk aan te passen aan de eisen van het nieuwe tijdperk. Eerst creëert men angst voor een of andere Grote Boeman die, nadat onze Nobele Leiders hem op heroïsche wijze onschadelijk hebben gemaakt en zich opmaken voor de volgende triomf, omslaat in grenzeloze bewondering. Er werden met regelmaat conflicten gefabriceerd waarbij het volstond te verwijzen naar zondebok Libië; Grenada stond op het punt om zeeroutes te blokkeren en ons te bombarderen vanaf een door Cubanen aangelegd vliegveld; De Sandinisten verspreidden hun "revolutie zonder grenzen" en rukten op naar Texas; Noriega leidde (nadat hij was ontslagen) het Columbiaanse drugskartel dat zich ten doel stelt onze kinderen te vergiftigen; Saddam Hussein overspeelde zijn hand en werd het Beest van Bagdad, etc. De verscheidenheid aan voorbeelden toont echter aan dat de formule niet meer zo routineus kan worden toegepast als vroeger. Men heeft President Bush verweten dat hij er niet in is geslaagd om, net als zijn voorgangers, een overkoepelend plan te formuleren. Deze kritiek is echter onterecht aangezien hij, anders dan John F. Kennedy geen beroep meer kon doen op de "monolitische en meedogenloze samenzwering" en de talloze varianten ervan. Het feit dat de levensomstandigheden van het onbelangrijke deel van het Amerikaanse volk steeds verder verslechteren is misschien een andere reden dat de standaardformue haar effectiviteit verliest.

Verschillende analytici hebben openhartig gewezen op andere gevolgen van de ineenstorting van het Sovjet-Imperium. In zijn analyse van de Koude Oorlog in de New York Times van 27 december 1988 schreef Dimitri Simes dat de op handen zijnde ontbinding van de Sovjet-Unie drie voordelen heeft voor de VS: ten eerste kunnen de kosten van de NAVO nu worden verhaald op de Europese concurrenten; ten tweede kunnen we nu een einde maken aan de "de manipulatie van de VS door derdewereldlanden," "onredelijke eisen van de derde wereld om hulp" weigeren en harder onderhandelen met "derdewereldlanden die hun schulden weigeren af te lossen"; en ten derde kan men nu makkelijker militaire middelen inzetten als een "instrument in de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten…tegen diegenen die menen aanspraak te kunnen maken op vitale Amerikaanse belangen". Daarbij hoeft men niet bang te zijn voor het "in gang zetten van een tegenreactie" aangezien er geen afschrikkende partij meer is. In het kort komt het hier op neer dat de VS binnen de club van rijke landen iets van hun macht zullen terugkrijgen, de duimschroeven van de derdewereld nog iets verder aan zullen draaien en gemakkelijker hun toevlucht zullen kunnen nemen tot geweld tegen weerloze slachtoffers. Deze vooraanstaande medewerker van de Carnegie Endowment for International Peace sloeg de spijker op zijn kop.30

De val van de Berlijnse muur in november 1989 kan als het symbolische einde van de koude oorlog worden beschouwd. Hierna vereiste het oproepen van het Sovjet-gevaar, ondanks de macht der gewoonte, een flinke dosis toewijding. Niettemin kon het gebeuren dat een door de sovjetoloog Martin Malia van de universiteit van Californië anonym gepubliceerd document begin 1990 voor nogal wat opwinding zorgde. Het gaat tekeer tegen Brezjnev die"naar willekeur intervenieerde in de Derde Wereld", tegen Rusland dat "heerste over de wereld" en tegen de "liberale tot radicale hoofdrichting binnen de Angelaksische sovjetologie" die vond dat het stalinisme naar "democratie zweemde" en zich te buiten ging aan "schaamteloze fantasieën …over democratisch stalinisme", "kinderachtige verafgoding van Lenin" en talloze andere inzichten die blijkbaar zijn opgepikt in een of andere Parijse kroeg. Tegenwoordig echter zijn alleen de best gedisciplineerde geesten nog in staat dergelijke ideeën met gepaste eerbied te behandelen.31

Men kan veel over het tijdperk van de koude oorlog leren door te kijken naar wat er gebeurde na de val van de Berlijnse muur. De wederwaardigheden van Cuba zijn in dit verband zeer leerzaam. De VS heeft 170 jaar lang geprobeerd Cubaanse onafhankelijkheid te voorkomen. Vanaf 1959 was het gevaar dat deze voorpost van het Kremlin vormde voor de binnenlandse veiligheid van de VS de smoes/het voorwendsel voor een invasie, terrorisme en economische oorlogvoering. Toen het gevaar was geweken vond men unaniem dat de aanval nog moest worden verhevigd. Maar nu onder het mom van de door onze politieke leiders en zedenmeesters zo gekoesterde democratische principes en mensenrechten. Hun voortdurende toewijding aan deze zaken hadden zij al gedemonstreerd tijdens de moorddadige kruistocht van de VS tegen de kerk en andere groeperingen in Midden Amerika die het lef hadden om gedurende de jaren tachtig de veel geplaagde bevolking te organiseren. Het is niet eenvoudig om een ander voorbeeld te verzinnen dat zo duidelijk de Koude Oorlog-verhaaltjes onderuit haalt: maar omdat dit moderne sprookje in stand moet worden gehouden blijven deze conclusies in het duister (zie hoofdstuk 6).

Het al twee eeuwen durend verzet van de VS tegen het Haïtiaans onafhankelijkheidsstreven ging eveneens onverminderd door en had niets te maken met de Koude Oorlog. De gebeurtenissen van de jaren tachtig en in het bijzonder na de val van de muur illustreren heel duidelijk de traditionele afkeer en onverschilligheid die in Washington bestaan jegens democratie en mensenrechten. Maar daarover meer in hoofdstuk 8.

Een ander leerzaam voorbeeld vormt Saddam Hussein die zelfs op het hoogtepunt van zijn misdadige regime een bevoorrechte vriend en handelspartner bleef van het Westen. Toen in oktober 1989 de muur wankelde besloot het Witte Huis tijdens een zeer geheime vergadering dat Irak opnieuw 1 miljard dollar aan leningen zou krijgen. Hiermee legde het de bezwaren van het ministerie van Financiën terzijde volgens welke Irak niet kredietwaardig was. Het ministerie van Buitenlandse Zaken lichtte het besluit toe met de verklaring dat Irak "zeer belangrijk is voor de belangen van de VS in het Midden Oosten. Irak "speelde een belangrijke rol in het vredesproces" en was "onmisbaar bij het in stand houden van stabiliteit in een regio die fantastische kansen bood voor het bedrijfsleven uit de VS." Geheel volgens verwachting waren Saddam's misdaden van nul en generlei belang totdat hij ongehoorzaam werd. En al snel hervatte het Westen in het geniep haar steun aan het regime in Bagdad om het hoofd te bieden aan een nog grotere vijand; vrijheid en democratie in de Derde Wereld. Dit werd reeds eerder besproken.32

Wederom is de les duidelijk: Het draait vooral om geldelijk gewin en macht; democratie die verder gaat dan de formele procedures vormt een gevaar dat moet worden bezworen; mensenrechten hebben alleen propagandistische en instrumentele waarde. Dat is alles.

Zoals Simes al constateerde was een van de gevolgen van het ineenstorten van de Sovjet Unie dat openlijke interventie een realistischer optie werd. Het wekt dan ook geen verbazing dat Bush het tijdperk na de koude oorlog inwijdde met een invasie van Panama om de VS te bevrijden van aartsschurk Noriega. Dit gebeurde na een zorgvuldig geplande propagandacampagne waaraan de pers hun uiterst bekwame medewerking verleende/n. Zij wisten zelfs het feit te onderdrukken/weren dat de invasie vergezeld ging van de aankondiging dat Bush opnieuw hulp zou geven aan zijn vrienden in Bejing en Bagdad, lieden waarbij vergeleken Noriega slechts een koorknaapje is. Maar opnieuw werden er harde belangen gediend: Er werd een regering geïnstalleerd die als vanouds de zakelijke belangen van de VS dienden, het leger en de politie kwamen weer onder controle van de VS en Washington verkreeg weer grip op het lot van het Panamakanaal. Dit is, ondanks het feit dat het het doctrinaire systeem niet raakt, wederom een prachtige illustratie van de ware betekenis van de koude oorlog.33

De tweede daad van agressie na het tijdperk van de koude oorlog was Iraks invasie van Koeweit op 2 augustus 1990. Hierdoor veranderde Saddam Hussein in één klap van een gematigd leider-die-op-de-goede-weg-is in een reïncarnatie van Attila de Hun. De VS en Engeland haastten zich om een diplomatieke uitweg te versperren uit angst dat vreedzame middelen de "crisis onschadelijk zouden maken" doordat hun voormalige vriend "enkele symbolische overwinningen" zou boeken, zoals het standpunt van de regering eind augustus werd omschreven door de buitenlandse correspondent van de New York Times Thomas Friedman. Als dit was gebeurd dan zou de invasie van Koeweit op de invasie van Panama door de VS hebben geleken, hetgeen natuurlijk een onacceptabele uitkomst zou zijn geweest. De New York Times en andere kranten schreven plichtsgetrouw niets over de mogelijkheden die volgens hooggeplaatste regeringsfunctionarissen vanaf midden augustus bestonden om via onderhandelingen Irak er toe te bewegen zich uit Koeweit terug te trekken. Aan de vooravond van het begin van de bombardementen, op 15 januari 1991, gaf ongeveer tweederde van de bevolking van de VS te kennen voorstander te zijn van een diplomatieke oplossing zoals geformuleerd in een Iraaks voorstel en dat was vrijgegeven door VS-functionarissen. De bevolking van de VS wist van het bestaan van dit voorstel en van de onmiddellijke verwerping ervan door Washington echter niets af dankzij de kadaverdiscipline van de media. Niet één keer werd er bij de regering op aangedrongen om een argument te geven waarom ze de voorkeur gaf aan oorlog boven een diplomatieke oplossing - althans een argument dat niet onmiddellijk door een snuggere tiener van tafel kon worden geveegd. De ideologische instituten slaagden er op briljante wijze in om iedere fundamentele vraag die in een goed functionerende democratie zou zijn gerezen te vermijden.

Ook de bewoners uit de omliggende landen verzetten zich hevig tegen het oorlogszuchtige beleid. De Iraakse democratische oppositie, die nog nooit serieus is genomen door Washington (dus ook niet door de pers), was steeds gekant tegen het Amerikaanse beleid: tegen de steun aan Saddam Hoessein vóór augustus 1990, tegen de weigering om een diplomatieke weg te bewandelen en tenslotte tegen de stilzwijgende steun aan Saddam's regime bij het gewelddadig onderdrukken van de Sjiïtische en Koerdische opstanden na de tweede golfoorlog. Een vooraanstaand woordvoerder van de oppositie, de bankier Ahmed Chalabi, omschreef het/de resultaat/uitkomst van de oorlog als "het slechtste van alle werelden" voor de Iraakse bevolking. Volgens hem was stond de opstelling van de VS in een lange traditie van "het steunen van dictaturen om stabiliteit te waarborgen." In Egypte, de enige Arabische bondgenoot waar een zekere mate van vrijheid heerst, schreef de semi-regeringspers/niet aan de regering gelieerde pers dat het resultaat aantoonde dat de Verenigde Staten er slechts op uit waren Irak tot hanteerbare proporties terug te brengen om aldus hun eigen onbetwiste hegemonie te vestigen, desnoods "in heimelijke samenwerking met Saddam zelf." Amerika en het " beest" zitten op een lijn voor wat betreft de noodzaak "om iedere vooruitgang te frustreren en alle hoop op vrijheid of gelijkheid en democratische hervormingen, hoe gering ook, te smoren" (9 april). De media hebben zoals gewoonlijk de belangrijkste feiten consequent verzwegen. Zo kon het gebeuren dat meteen nadat Egypte de VS had veroordeeld wegens haar heimelijke samenwerking met Saddam, de correspondent van de New York Times, Alan Cowell, zijn lezers informeerde dat de Arabische leiders " bijna unaniem " achter de visie van de VS staan dat "hoe groot de zonden van de Iraakse leider ook mogen zijn, hij voor het Westen en de regio een betere kandidaat voor het handhaven van stabiliteit is dan de slachtoffers van zijn repressieve regime" (11 april). De Times verdient echter wel een compliment voor Friedman's heldere uitleg van de vraag waarom het beter is een kloon van Saddam Hoessein in het zadel te helpen die met "ijzeren vuist" regeert, dan om het gevaar van vrijheid voor het Iraakse volk onder ogen te zien ("instabiliteit").

De Verenigde Naties kregen nog meer klappen te incasseren. Opvallend aan het optreden van de VS en Engeland met betrekking tot de invasie in Koeweit was dat zij zich verzetten tegen een daad van internationaal geweld en geheel tegen hun gewoonte niet hun toevlucht namen tot een veto of andere middelen om te voorkomen dat de VN tegen een misdaad optreedt. Dit keer werd de Veiligheidsraad onder Amerikaanse druk gedwongen haar handen van de kwestie af te trekken. Dit was een ernstige schending van het VN-handvest dat immers bepaalt dat individuele staten niet op eigen houtje mogen doen wat hun goeddunkt. Het was tevens onder Amerikaanse druk dat de veiligheidsraad geen gehoor gaf aan de wens van sommige leden voor overleg. Dat wil zeggen aan een binnen de veiligheidsraad overeengekomen procedure die door de VS altijd werd gekoesterd zolang het hen uitkwam. Dat Washington een broertje dood heeft aan diplomatie of aan internationale instellingen als de VN, tenzij zij kunnen worden ingezet als instrument voor het versterken van de eigen machtspositie, blijkt overduidelijk uit haar politiek ten aanzien van Zuidoost Azië, het Midden-Oosten en Midden-Amerika. Het ziet er niet naar uit dat er in dit opzicht iets zal veranderen. Dit geldt tevens voor de efficiency waarmee de feiten achterovergedrukt worden.34

In brede kring werd aangenomen dat het verdwijnen van aartsvijand Rusland in het geval van Irak een belangrijke rol speelde in het besluit van de VS en Engeland om een oorlog te beginnen. Het speelde waarschijnlijk ook een rol bij de invasie van Panama. Althans volgens Elliot Abrams, de rechterhand van Reagan inzake Latijns-Amerika, die dolblij was dat de VS nu de vrije hand hadden in het gebruik van geweld zonder dat men hoefde te vrezen voor een Russische reactie.

De vijandigheid jegens echte democratie in Midden-Amerika is onveranderd gebleven. In dezelfde tijd dat de Berlijnse Muur viel werden er verkiezingen gehouden in Honduras, verkiezingen die in de woorden van George Bush "een inspirerend voorbeeld voor de verspreiding van de democratische belofte in Latijns-Amerika," zijn. De kandidaten vertegenwoordigden de grootgrondbezitters en de industriëlen. Zij onderhouden nauwe banden met de militairen die, onder de supervisie van de VS, de feitelijke macht in handen hebben. De politieke programma's van de kandidaten waren vrijwel identiek en de verkiezingscampagne beperkte zich grotendeels tot het elkaar uitmaken voor rotte vis en het vermaken van het electoraat. In de aanloop naar de verkiezingen nam het aantal schendingen van de mensenrechten door de veiligheidstroepen sterk toe. Honger en sociale misère tierden welig en namen, net als kapitaalvlucht en buitenlandse schulden, sterk toe gedurende het zogenaamde "democratische decennium". Investeerders konden echter rustig gaan slapen. Hun belangen werden niet bedreigd.

Tegelijkertijd ging de verkiezingscampagne in Nicaragua van start. De verkiezingen van 1984 hebben volgens de pers in de VS nooit plaatsgevonden. Deze verkiezingen konden immers niet worden beïnvloed en waren dus geen inspirerend voorbeeld van democratie. Om dit risico met de lang van tevoren aangekondigde verkiezingen van 1990 te vermijden, kondigde Bush bij de aanvang van de verkiezingscampagnes in november aan dat wanneer zijn kandidaat zou winnen het ecomomische embargo zou worden opgeheven. Het Witte Huis en het Congres besloten de contra's opnieuw te steunen in weerwil van de overige Middenamerikaanse landen, het Internationaal Gerechtshof en de Verenigde Naties, die aan de kant werden geschoven door een Amerikaans veto. De media droegen hun steentje bij doordat zij de rol van de VS bij het ondermijnen van het vredesproces consequent verzwegen. Zij deden dit met een toewijding die hoort bij belangrijke staatsaangelegenheden. De bevolking van Nicaragua kregen dus de boodschap dat alleen een stem voor de Amerikaanse kandidaat een einde zou maken aan de terreur en de illegale economische oorlogvoering. In Latijns-Amerika werden de resultaten van de verkiezingen gezien als een overwinning voor George Bush, zelfs door hen die de uitkomst toejuichten. In de VS daarentegen, werd de uitkomst door de New York Times bejubeld in koppen als "Overwinning voor Fair Play van de VS" en "Amerikanen zijn dik tevreden". De communistische partij van Albanië zou zich niet schamen voor dit soort retoriek.

Dit betekent niet dat de triomfators geen benul hadden van de manier waarop de VS deze overwinning hadden behaald. Integendeel. De blijdschap over deze geslaagde poging om een democratie te ondermijnen werd niet onder stoelen of banken geschoven. Time magazine, bijvoorbeeld, was bijzonder openhartig over de methode die was toegepast om in Nicaragua dit laatste voorbeeld van een "prachtige reeks van democratische verrassingen" tot stand te brengen. De methode bestond erin om de "economie kapot te maken en op afstand een langdurige en wrede oorlog te voeren totdat de uitgeputte bevolking zelf de ongewenste regering omverwerpt". Een oorlog waarvan de kosten voor ons "minimaal" zijn, die het slachtoffer bovendien opscheept met "vernielde bruggen, gesaboteerde krachtscentrales en vernielde boerderijen" en waardoor de kandidaat van de VS een "belangrijke troef" uit kon spelen: een halt toeroepen aan de "steeds groter wordende armoede van de Nicaraguaanse bevolking." Om onze politieke cultuur op waarde te schatten stelle men zich voor dat hetzelfde verhaal, met enkele namen veranderd, zou zijn gepubliceerd in de Sovjet-Unie onder Stalin. Een gedachte-experiment waar de Westerse commissarissen niet toe in staat zijn.35

Washington heeft in Angola soortgelijke methoden toegepast om "democratie" te verspreiden; ook in dit geval werd het land verwoest, met honderdduizenden slachtoffers. Angola wordt vanaf 1975 aangevallen door Zuid-Afrika en door Jonas Savimbi's UNITA, een terroristische strijdkracht. Zij werden gesteund door de VS en hadden aanvankelijk hun basis in Namibië en later in Zaïre. De VS waren vrijwel de enige die weigerden om de MPLA-regering te erkennen en er vervolgens toe over gingen om Angola aan een economische oorlogsvoering te onderwerpen. Zuid-Afrika trok zich uiteindelijk terug nadat ze militair waren verslagen door Cubaanse troepen, die al vanaf 1975 weerstand boden aan deze agressie. In mei 1991 werd er een vredesovereenkomst getekend en werd opgeroepen tot verkiezingen. Net als in Midden-Amerika gingen de VS er onmiddellijk toe over om de verkiezingen te saboteren, door steun aan de UNITA-terreur voort te zetten. De resultaten worden beschreven door de Zuidafrikaanse journalist Philip van Niekerk. Hij citeert een Nederlandse ontwikkelingswerker op het platte land: de boeren "staan niet aan de kant van UNITA. (...) Maar de meeste mensen zijn bang dat wanneer UNITA de verkiezingen verliest de oorlog door zal gaan."

Mensen die "op de hoogte zijn van de wreedheden van de UNITA" zullen "geschokt" reageren op dit vooruitzicht, vervolgt Van Niekerk, maar de voortzetting van de oorlog kan niet meer worden opgebracht door de bevolking. De heersende MPLA "offerde een hele generatie op om het hoofd te bieden aan de jarenlange Zuid-Afrikaanse agressie en de door de VS gefinancierde destabilisatie van de UNITA," schrijft Victoria Brittain. Daarmee verloor de MPLA haar vroegere geloofwaardigheid. Wat er bereikt zou worden zonder de Amerikaans-Zuidafrikaanse aanvallen weet niemand. Er is "een nieuwe golf van blanke kolonisten" die Angola "her-koloniseren," schrijft Van Niekerk, nu nog Afrikaners, later misschien Portugezen die hun verloren land komen opeisen. "De enigen die optimistisch zijn," concludeert Brittain, "zijn de Zuidafrikaanse zakenmensen die de nieuw ingerichte hotellobby's bevolken" in Luanda. Cynici zeggen dat "als Unita wint, dan krijgen zij het land op een presenteerblaadje en als de MPLA wint, dan krijgen ze het land voor een handjevol rand [Zuid-Afrikaanse munteenheid, vert.]."36

Wederom mag het niemand verbazen dat zelfs iemand als Anthony Lewis, die aan het meest dissidente uiterste van het politieke spectrum zit, razend enthousiast is over het "consistente Amerikaanse beleid" vanaf de jaren 70 "om door steun aan de onderhandelingen een einde te maken aan de wrede burgeroorlog" in Angola. Hij is eveneens goed te spreken over de succesvolle pogingen van de regering-Bush om te komen tot een "vreedzam beleid" met als doel het vinden van "een politieke oplossing in Nicaragua."37

De traditionele houding ten aanzien van democratie werd herhaald door een Latijns-Amerika Strategieontwikkeling Werkgroep van het Pentagon in september 1990. Het kwam tot de conclusie dat de relaties met de Mexicaanse dictatuur "buitengewoon positief" zijn. Wie maakt zich zorgen over gestolen verkiezingen, doodsescaders, geïnstitutionaliseerde martelpraktijken, schandalige behandeling van arbeiders en boeren, en al dat soort zaken. Maar, "een 'democratische fase' in Mexico zou de speciale relatie op de proef kunnen stellen wanneer er een regering aan de macht komt die er meer op uit is om de VS uit te dagen op economische en nationalistische gronden," al vele jaren het belangrijkste punt van zorg.38

Ieder jaar stuurt het Witte Huis een rapport aan het congres waarin wordt uitgelegd dat wegens de militaire dreiging die ons boven het hoofd hangt een gigantische financiële uitgave noodzakelijk is - die toevalligerwijze in de Verenigde Staten een high-tech industrie op de been houdt en in het buitenland de onderdrukking ondersteunt. De eerste editie hiervan na de koude oorlog kwam in maart 1990. Nu de Russen zijn verdwenen, kan het rapport eindelijk eerlijk tot het inzicht komen dat de echte vijand de Derde Wereld is. De militaire macht van de VS moet worden gericht op de Derde Wereld, met name op het Midden-Oosten, "waar de bedreigingen van onze belangen … niet konden worden toegeschreven aan het Kremlin," een feit dat nu eindelijk, met het verdwijnen van de Sovjet-smoes kan worden toegegeven. Om die reden is deze dreiging nu veranderd in "de toenemende technologische ontwikkeling van conflicten in de Derde Wereld." De VS moeten daarom hun "industriële defensiebasis" versterken, met prikkels "om te investeren in nieuwe faciliteiten en apparatuur evenals onderzoek en ontwikkeling," en het verder uitbouwen van militaire bases over de hele wereld en de capaciteiten voor counterinsurgency en low-intensity conflict [onderdrukking van verzet met allerlei methoden, zonder directe oorlogvoering, vert.].39

Kortom, de belangrijkste zorgen blijven het behouden van macht binnen de club van rijke landen, controle over de dienstverlenende landen en de door de staat georganiseerde subsidies voor binnenlandse geavanceerde industrie. Democratie moet met kracht worden bestreden, behalve in de politiek-correcte betekenis van hiervan, waarin het bedrijfsleven zonder enige belemmering kan overheersen. Het belang van mensenrechten is nog steeds te verwaarlozen. Het beleid blijft stabiel, toegesneden op wisselende omstandigheden, met de daarmee gelijklopende aanpassingen van de cultuur-managers.

Deze punten zijn zó ontzettend voor de hand liggend en worden met een haast maniakale consistentie uitgedragen, dat men een gave moet hebben om het niet te zien.

 


6. Met zachte hand

Met het einde van de Koude Oorlog is er ook meer ruimte voor de VS om met geweld op te treden tegen het Zuiden, ook al zijn er een aantal factoren die de toepassing van deze traditionele methoden minder aannemelijk zullen maken. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de successen die er de afgelopen jaren zijn geboekt bij het vernietigen van nationalistische en reformistische volksbewegingen, het tot zwijgen brengen van de hoop en de "Communistische" ideeën om verandering te kunnen brengen en de economische catastrofe van het afgelopen decennium. In het licht van deze prestaties kunnen beperkte vormen van diversiteit en onafhankelijkheid getolereerd worden, zonder dat men al te bang hoeft te zijn dat de belangen van het bedrijfsleven gevaar lopen. Meer dan ooit is het mogelijk om controle uit te oefenen door middel van economische maatregelen: het regiem van het IMF, het selectief toepassen van vrijhandelsmaatregelen, enzovoorts. Democratische structuren zijn acceptabel, hebben zelfs de voorkeur zolang de "stabiliteit" niet in gevaar komt. Komt deze wel in gevaar, dan dient er met harde hand te worden opgetreden.

Nog een beperkende factor is het steeds smaller wordende binnenlandse draagvlak voor buitenlandse avonturen. In één van de eerste beleidsnota's over de Nationale Veiligheid van de regering-Bush wordt de conclusie getrokken dat "vijanden die veel zwakker zijn " (en dat zijn er een hele hoop) moeten "resoluut en snel" worden verslagen, wegens beperkte binnenlandse "politieke steun."40 Een ander probleem is dat andere economische grootmachten hun eigen belangen hebben, alhoewel in het eerder geciteerde onderzoek van Defensie Beleidsvorming terecht wordt opgemerkt dat er ook overeenkomstige fundamentele belangen zijn. Met name het belang dat de Derde Wereld haar dienstverlenende rol blijft vervullen. De toegenomen internationalisering van de economie geeft een nieuwe vorm aan de concurrentie tussen landen, zoals al eerder besproken. Deze factoren zullen een steeds belangrijkere rol gaan spelen.

Het toepassen van geweld ter beheersing van de Derde wereld is het laatste redmiddel. Economische wapens zijn, als die kunnen worden ingezet, veel efficiënter. Een aantal van de nieuwe technieken staan centraal in de GATT-onderhandelingen (voorloper van Wereldhandelsorganisatie, WTO, vert.). De Westerse landen roepen op tot liberalisering wanneer dat in hun voordeel is, en voor meer bescherming wanneer dát in hun voordeel is. Heel belangrijk voor de VS zijn de zogenaamde "nieuwe thema's": bescherming van "intellectuele eigendomsrechten," zoals patenten en software die multinationals de mogelijkheid geven nieuwe technologieën te monopoliseren; en het wegnemen van de belemmeringen bij het investeren in de publieke sector en het verwijderen van de belemmeringen in de diensten en investeringssectoren. het gevolg hiervan zal zijn dat nationale ontwikkelingsprogramma's in de Derde Wereld zullen worden ondermijnd, als gevolg waarvan het economische en sociale beleid in handen komt van multinationals en financiële instellingen uit het Noorden. Dit zijn volgens William Brock, die de Multilateral Trade Negotiations Coalition van de grootste bedrijven uit de VS leidt "zaken die van groter belang zijn" dan de in de media veel besproken conflicten over landbouwsubsidies.41

Over het algemeen zijn alle rijke geïndustrialiseerde landen voorstanders van een mix van liberalisering en protectie waarbij de verhouding tussen beiden is afgestemd op de belangen van de meest invloedrijke sectoren van het land in kwestie: met name van de multinationals die de wereldeconomie behoren te beheersen. De regeringen van de Derde Wereldlanden zouden in dit scenario in de eerste plaats politieagent moeten spelen over hun eigen bevolking, terwijl de multinationals vrijelijk kunnen beschikken over de grondstoffen en de nieuwe technologie, mondiale investeringen en productie kunnen monopoliseren. Uiteraard mogen zij hun centraal geleide planning, productie en distributie toepassen. Een centrale leiding die verboden is voor regeringen, omdat het niet te accepteren is dat beslissingen genomen zouden kunnen gaan worden op basis van druk uit de bevolking. Het resultaat van dit verhaal noemen we "vrije handel" uit ideologische overwegingen, maar het zou beter zijn het te beschrijven als "een systeem van economische wereldheerschappij waarbij de grenzen worden bepaald door de ongereguleerde markt en het toepassen van regels door internationale banken en bedrijven" (Howard Wachtel). Een systeem van "bedrijfsmercantilisme" (Peter Philips), met commerciële interacties binnen en tussen gigantische ondernemingscomplexen, met georganiseerde staatssteun vanuit de drie belangrijkste Noordelijke economische blokken voor subsidie en ter bescherming van de in eigen land gevestigde internationale bedrijven en financiele instituten.42

Dit is in de Derde Wereld niet onopgemerkt voorbijgegaan, waar op goedgefundeerde wijze wordt geprotesteerd. Maar hun verhalen zijn net zo welkom als de verhalen van de Iraakse democraten.

Tegelijkertijd vestigen de VS een regionaal blok om op efficiënte wijze de concurrentie met de door Japan geleide regio en de Europese gemeenschap aan te gaan. Voor Canada is de taak weggelegd om grondstoffen, een aantal diensten en geschoolde arbeid te leveren, terwijl het nog meer wordt opgenomen in de Amerikaanse economie met achterlating van het systeem van sociale uitkeringen, rechten van arbeiders en culturele onafhankelijkheid. Het Canadian Congres voor de Arbeid meldt dat het verlies aan banen in de eerste twee jaar van het Vrij Handelsverdrag 225.000 bedraagt, samengaande met een golf van overnames van Canadese bedrijven (zie hoofdstuk 2.5). Mexico, Midden-Amerika en het Caraibisch gebied mogen goedkope arbeid leveren voor de assemblage-fabrieken. Zoals in de maquiladora-industrie in het noorden van Mexico, waar de weerzinwekkende arbeidsomstandigheden, lage lonen en de afwezigheid van milieucontrole voor de investeerders alleraardigste winsten oplevert. Binnenlandse onderdrukking en structurele aanpassing zijn een garantie voor goedkope en volgzame arbeid. Deze regio's moeten ook zorgen dat er landbouwproducten voor de export zijn en afzetmarkten voor Amerikaanse agribusiness. Mexico en Venezuela dienen olie te leveren, waarbij Amerikaanse oliebedrijven de garantie krijgen dat ze deel kunnen nemen aan de productie. De pogingen om controle te krijgen over de eigen binnenlandse grondstoffen moeten gestopt worden. Bush heeft bij zijn 'Lente 1990 toer door Latijns-Amerika' van de pers weinig erkenning gekregen voor zijn prestaties. Mexico werd overgehaald om Amerikaanse oliebedrijven hernieuwde toegang te verlenen tot haar grondstoffen, beleid dat al een halve eeuw op de rails stond. Amerikaanse bedrijven zijn nu in staat "om het Mexicaanse nationale oliebedrijf te helpen," aldus een vlijmscherpe analyse van de Wall Street Journal. Het is al vele jaren onze diepste wens om onze bruine broeders te helpen, en eindelijk laten de onbenullige koelies ons de ruimte om ze bij te staan.43

Het is de bedoeling om soortgelijk beleid uit te breiden naar de gebieden in Zuid-Amerika die daar voor in aanmerking komen. En het is heel belangrijk dat de Verenigde Staten in staat zullen zijn om hun overheersende invloed over de olieproductie in de Golfregio te behouden, waarbij ook het financiële plaatje niet onbelangrijk is. Andere economische machten zullen er uiteraard hun eigen ideeën op na houden, en de potentiele bronnen van conflikt zullen in overvloed aanwezig zijn.

Er zijn veel voor de handliggende redenen waarom rijkdom en macht zichzelf in stand weten te houden. Het zou dan ook geen verbazing mogen wekken dat de Derde Wereld voortdurend achterblijft op het Noorden. De VN-statistieken laten zien dat het Nationale Product van Afrika (minus Zuid-Afrika) per hoofd van de bevolking met 50 procent is afgenomen tussen 1960 en 1987 in verhouding met de ontwikkelde landen. In Latijns-Amerika was de neergang vrijwel net zo groot.44

Om dezelfde redenen wordt binnen het heersende waardesysteem grote delen van de bevolking in de rijke landen ook gezien als overbodig. Ook zij dienen gemarginaliseerd en onderdrukt te worden, dat wordt de afgelopen twintig jaar steeds duidelijker als gevolg van de stagnerende economie en druk op bedrijfswinsten. Zoals eerder opgemerkt krijgen de samenlevingen in het Noorden - met name de Verenigde Staten - steeds meer Derde Wereld trekken. De verdeling van privileges en wanhoop in een samenleving als de onze, met enorme voordelen, is natuurlijk niet hetzelfde als wat er gebeurt in Brazilië of Mexico. Maar de tendens is moeilijk te missen.

In het algemeen zijn de vooruitzichten voor de overgrote meerderheid bij in de VS en in de Derde Wereld in dit "nieuwe imperium" niet erg gunstig.

 

Hyper-Noten

24  Burke, Current History, februari 1991; Morales, Third World Quarterly, vol. 13.2, 1992. Zie ook Peter Andreas et al., "Dead-End Drug Wars," Foreign Policy, Winter 1991-92.
25  McAfee, Storm Signals, hoofdstuk 7. Bourne, Orlando Sentinel, april 12, 1992. Suskind, WSJ, 29 oktober 1991. DD, 162. Over het doen verdwijnen van deze geschiedenis, zie NI, 177f.
26  CAR, 27 september 1991; 5 juni 1992. Latinamerica press (Lima), 4 juni 1992. AFP, Chicago Sun-Times, 22 december 1991. Sheppard, CT, 18 juni, 22 mei, 1 september 1992. Proceso (Mexico), 2 december 1992 (LANU.) Kenneth Sharpe, CT, 19 december 1991. Andreas, op. cit. Joachim Bamrud, CSM, 24 januari 1991.
27  CAR, 20 september, 29 november, 3 mei 1991. Links (National Central America Health Rights Network), Summer 1992.
28  Felipe Jaime, IPS, Subtext (Seattle), 3-16 september; Nusser, NYT news service, 26 september; Johnson, MH, 3 december 1991.
29  CAR, 11 oktober 1991. Gómez, NYT, 28 januari 1992. Zie Americas Watch, `Drug War'; WOLA, Clear and Present Dangers.
30  Simes, NYT, 27 december 1988. Voor meer details, zie DD, 97f.
31  Zie Daedalus, Winter 1990; NYT, 4 januari, 31 augustus 1990. DD, 61, voor meer.
32  Lionel Barber en Alan Friedman, FT (London), 3 mei 1991. Serieuze berichtgeving over dit onderwerp begon met een serie in de Los Angeles Times, 23, 25 en 26 februari 1992. Over de informatie die aanwezig was voor de invasie van Koeweit, meesttijds genegeerd in de mainstream, zie DD, 152, 194f.
33  DD, Hfdst. 4 en 5.
34  DD, hfdst. 6 en "Afterword." Voor uitgebreider verslag, zie mijn artikel in Peters, Collateral Damage. "Iron fist," p. 38.
35  DD, 141f., hfdst. 10. Zie COT, NI, DD, voor deze doorlopende geschiedenis van ondermijning van het vredesproces en de medeplichtigheid van de media. Zie Robinson, Faustian Bargain, over de ondermijning van de verkiezingen door de VS.
36  Van Niekerk, G&M, 25 & 29 januari 1992. Britain, Guardian (London), 30 maart; Guardian Weekly, 5 april 1992. Zie George Wright, Z magazine, mei/juni 1992, voor achtergronden.
37  Lewis, NYT, 24 augustus 1992.
38  Latin America Strategy Development Workshop, 26 & 27 september 1990, memoranda, 3.
39  DD, 29-30, voor meer detail.
40  Maureen Dowd, NYT, 23 februari 1991; zie DD, "Afterword."
41  Khor, Uruguay Round, 10. Zie eveneens Raghavan, Recolonization.
42  Wachtel, Money Mandarins, 266; Peter Phillips, Challenge, Jan.-Feb. 1992.
43  Virginia Galt, G&M, 15 december 1990. John Maclean, CT, 27 mei 1991; WSJ, 28 november 1990.
44  Monthly Review, maart 1992.


Met dank aan Noam Chomsky.

Inhoud
Bibliografie en Afkortingen
NoamChomsky.com
Noam Chomsky Archive




Terug